|
Hans Visser over de cabine als werkplek.
Conclusies:
de cabine evolueert tot een werkplek als alle andere in het bedrijf;
meer beheersing leidt tot nieuwe mogelijkheden voor optimalisering;
elektronische systemen in vrachtauto's zullen worden aangesloten
op in-vehicle netwerken.
|
Hans Visser: 'De vrachtauto is binnenkort niet meer een los, oncontroleerbaar
object, maar een werkplek in het netwerksysteem van de transportondernemer. Het
zal dan definitief zijn afgelopen met de uitzonderingspositie van de chauffeur,
tot nog toe een werknemer met veel vrijheden. Dit betekent dat er in de komende
jaren nieuwe uitdagingen ontstaan voor managers in vervoer en logistiek. Een nieuw
terrein voor efficiency- en organisatieverbetering ligt immers braak.'
'Deze ontwikkeling zal ook een cultuuromslag betekenen in het transportbedrijf.
De charme van de vrijheid van het beroep van chauffeur of ook het vrijbuiterbestaan
van de binnenschipper zal langzaam maar zeker afnemen. Deze tendens tekent zich in
feite nu al af. Met de opkomst van GSM, is de bereikbaarheid van de chauffeur enorm
verbeterd. En steeds vaker wordt ritinformatie digitaal vastgelegd.'
Tot voor kort was het nog vanzelfsprekend dat de transportondernemer geen grip
had op het wagenpark dat onderweg was. Hooguit werden enkele telefoontjes uitgewisseld
met de chauffeur op vaste tijdstippen of in noodsituaties. Maar met de komst van allerlei
nieuwe ICT-toepassingen is er in de afgelopen vijftien jaar veel veranderd.
Visser: 'Het begon allemaal met de eerste generatie van boordcomputers, apparaten die
aanvankelijk niet veel meer konden dan het automatisch registreren van de duur van het
rijden en stilstaan van het voertuig. Het verschil met de tachograaf was echter dat de
registratie digitaal was, dat wil zeggen: de geregistreerde gegevens waren geschikt om
zonder veel problemen elders verwerkt te worden door de computersystemen van de
bedrijfsadministratie.'
Inmiddels is er voor de vervoerder een heel scala van deze ICT-toepassingen
beschikbaar gekomen, zoals systemen voor plaatsbepaling, voertuignavigatie,
tracking en tracing van zendingen en voertuigen, beveiliging en bewaking,
weers- en verkeersinformatie, mobiele datacommunicatie en barcode scanners.
En er is een range van allerlei sensoren waaruit men kan kiezen om praktisch
elke gebeurtenis op en om het voertuig vast te leggen. Daarbij komen verder
nog nieuwe audio en video toepassingen voor voertuigen en de zogenaamde nieuwe
motormanagementsystemen die elk op hun beurt weer nieuwe stromen van informatie
genereren.'
Het lijkt er dus op, dat de informatie-armoede van vroeger in een
informatie-overkill dreigt om te slaan. In de wir-war van beeldschermen,
toestenborden en pieptoontjes dreigt de primaire taak van de chauffeur, namelijk
de besturing van het voertuig, in het gedrang te komen. Visser: 'Onder
meer om deze reden wordt er door de wat verder denkende ontwikkelaars reeds
geruime tijd gewerkt aan de integratie van diverse ICT-systemen op het voertuig.
Het gaat daarbij om de ontwikkeling van zogenaamde geïntegreerde "in-vehicle netwerken"
waarbij via een centrale computer de chauffeur met één beeldscherm en toetsenbord al de
gewenste applicaties kan opstarten. Er zijn momenteel diverse rivaliserende consortia
van automobiel-, computer- en telecommunicatiebedrijven bezig met de ontwikkeling van
"platforms" voor in-vehicle systemen. De consortia richten zich thans echter voornamelijk
op de markt voor personenwagens, die natuurlijk veel omvangrijker (en dus voor
systeemaanbieders ook interessanter) is dan de markt voor bedrijfsvoertuigen.'
'We moeten dus voorlopig nog wel even wachten voordat er zich in het
goederenvervoer een breed geaccepteerde standaard voor in-vehicle netwerken
manifesteert. Maar deze zal zich in de komende twee/ drie jaar gaan aftekenen.
De ontwikkeling zal volgens ons ongetwijfeld gaan in de richting van de volledige
integratie van de voertuigtoepassingen in de dominante netwerken van huis-
en kantoortoepassingen. Zoals het er nu uitziet zal daarin het Internet het
verbindende element vormen.'
'Standaardisatie is erg belangrijk voor het goederenvervoer. Er zal
steeds meer bedrijfsoverschrijdend moeten worden samengewerkt. Denk
bijvoorbeeld maar eens aan vrachtuitwisseling, chartering, samenwerken met
andere modaliteiten en de opkomst van ketenlogistiek. Maar denk ook aan de
steeds verder doorgevoerde flexibilisering: zoals het inzetten van uitzendkrachten
of andere chauffeurs op het voertuig (ontkoppeling van personeel en materieel).
Dit zou veel makkelijker gaan als de inwerktijd beperkt bleef en het nieuwe personeel
zich niet telkens aan een heel nieuw systeem moest aanpassen. Standaardisatie
betekent ook een bredere, meer concurrerende en innovatieve markt van systemen.
Kortom: betere prijs-kwaliteitsverhoudingen.'
'Hoewel leveranciers van systemen graag inspelen op de ijdelheid van
vervoerders door de ondernemers te wijzen op de bijzondere aard van hun
bedrijf en dat daarom toch absoluut een "maatwerkoplossing" nodig is, zijn
verreweg de meeste transportbedrijven in Nederland helemaal niet zo bijzonder
en kan men vaak heel goed met een standaard-oplossingen uit te voeten. Men doet
er in de regel goed aan maatwerkoplossingen juist zoveel mogelijk te vermijden.'
'Met het integreren van voertuigen in de netwerkeconomie zal er definitief een
einde komen aan de uitzonderingspositie van de "ambulante" bedrijfsactiviteiten.
Want deze kunnen dan net zo goed gemanaged worden als de activiteiten in de fabriek
of op kantoor.'
|
|
|

drs Hans Visser is projectleider bij NEA.
Hans Visser (41) is werkzaam als projectleider op de afdeling
bedrijfs-economisch onderzoek van NEA, Transport onderzoek en -opleiding te
Rijswijk. Hij is onder meer verantwoordelijk voor projecten
gericht op de toepassing van nieuwe technologie in transport en logistiek.
Hij werkt voor diverse opdrachtgevers in binnen- en buitenland. Daarnaast
is hij vooral betrokken bij strategisch-economisch onderzoek op het gebied
van marktliberalisatie en prijsstelling in het wegvervoer en de
binnenvaart. Hans Visser is econometrist en is afgestudeerd aan de Vrije
Universiteit van Amsterdam in 1983. Na zijn militaire dienst heeft hij
enige jaren gewerkt als transport consultant bij het EBW.
Om de inhoud van deze site nog beter op uw behoeften af te stemmen, verzoeken wij u
kenbaar te maken of het onderwerp "de cabine als werkplek" voor u wel of niet van
belang is.
Wilt u dat wij u per e-mail op de hoogte houden van dit project, dan kunt op onderstaande
knop klikken.
|